Make your own free website on Tripod.com


 

            

EISEN VOOR DEELNAME  AAN EEN FLOTTIELJETOCHT

1. SCHIP

Een deelnemend schip dient over een voldoende scheepslengte te beschikken. Bij voorkeur voorzien zijn van een inboard dieselmotor met een minimaal vermogen van 4 PK per ton waterverplaatsing. Benzinemotoren zijn gevaarlijk en minder betrouwbaar en worden alleen onder voorwaarden geaccepteerd.

Het schip moet in een goede conditie zijn en mag geen achterstallig onderhoud hebben, waardoor mogelijke vertraging zou kunnen ontstaan.

Het schip dient te zijn verzekerd voor het betreffende vaargebied. Voor de opvarende(n) is een reisverzekering aan te bevelen.

De schipper moet zelfstandig de brandstoffilters kunnen vervangen en de motor kunnen ontluchten. Het is van belang zorg te dragen voor schone brandstof. Er dienen voldoende reserve-onderdelen aan boord te zijn, o.a.:

bulletdynamo-riem
bulletbrandstoffilters
bulletkoelwaterpomp-onderdelen zoals: impeller en afdichtringen
bulletextra smeerolie
bulleteen extra jerrycan diesel (10 à 20 liter)

Indien door motorpech of andere oorzaak de tocht niet kan worden voortgezet zal geen restitutie op de betaalde gelden gegeven worden. Bij pech onderweg, verleent de flottieljeleider assistentie. Indien dit niet mogelijk is wordt hulp georganiseerd.

 2. UITRUSTING

Het schip dient te zijn uitgerust met:

bulletvoldoende ankergerei van voldoende gewicht en met voorloopketting, voldoende tros en gereed om in noodsituaties direct te gebruiken.
bulletankerbal en een zwarte kegel voor varen onder zeil en motor
bulletveiligheidsmiddelen: reddingsboei met zelfontstekend licht, reddingsvesten, veiligheidslijnen of banden aan dek en veiligheidsgordels.( het dragen daarvan is op zee verplicht)
bulletmarifoon met buitenluidspreker
bulletradarreflector
bulletgastenvlaggen
bulletgeldig paspoort
bulletvlaggenbrief (in Frankrijk verplicht)
bulletopblaasboot of reddingsvlot
bulletaan de giek dient een bulletalie ter voorkoming van een klapgijp te zijn aangebracht

navigatieverlichting 

bulletankerlicht
bulletheklicht
bulletrunninglicht-stoomlicht
bulletnavigatielichten, eventueel tezamen in een toplicht

 3. MARIFOON

Voor onderling contact in de Nederlandse wateren wordt kanaal 77 gebruikt. In het buitenland staan meerdere kanalen voor onderling contact ter beschikking. Uw marifoon dient te zijn uitgerust met de volgende kanalen: 06, 08, 10, 13, 15, 16, 17, 72, 73 en 77. Het is van groot belang dat u reeds voor vertrek de werking van deze kanalen controleert.

Het is van belang dat u onderweg de berichten goed kunt verstaan, daarom dient er een buitenluidspreker in de kuip te zijn gemonteerd. 

 4. NAVIGATIE

U dient over de nodige navigatiekennis te beschikken. Indien u meent dat uw navigatiekennis niet voldoende is, adviseren wij u een cursus te volgen of een boek betreffende navigatie door te nemen.

Elke avond voor vertrek zal er met de schippers een palaver plaatsvinden voor bespreking van de routeplanning van de volgende dag.

Hierbij voor de duidelijkheid: de flottieljeleider begeleidt de deelnemers en adviseert voor een veilige vaart. Echter elke schipper die deelneemt, blijft ten volle verantwoordelijk voor eigen schip en bemanning en kan nimmer de flottieljeleider of diens plaatsvervanger aansprakelijk stellen.

Elke schipper zorgt voor een voldoende bemanning.

Indien een deelnemer onderweg afhaakt, of het navigatie-advies niet opvolgt, is de flottieljeleider ontslagen van de begeleiding van genoemde deelnemer. Restitutie van betaalde gelden is niet mogelijk. Het is daarom te overwegen een annuleringsverzekering te sluiten. 

De deelnemers verplichten zich onderweg het advies om terug te keren of uit te wijken naar een andere haven op te volgen. De ligplaatsen in de havens zijn in de regel door de flottieljeleider georganiseerd. Het is van belang om bij het aanlopen van een haven de instructies en aanwijzingen van de flottieljeleider op te volgen. 

Voor de navigatie zijn actuele kaarten en pilots volgens onze opgave noodzakelijk en indien gewenst kunnen wij voor de levering zorg dragen. 

Als een deelnemer door wat voor oorzaak dan ook achterblijft dient deze of zal de flottieljeleider middels de marifoon of anderszins proberen contact te zoeken, opdat de achtergebleven deelnemer zich weer bij de vloot kan voegen. Bij pech zal de flottieljeleider assistentie verlenen. Indien dit niet mogelijk is zal hulp worden georganiseerd. 

Omdat er vaak op een tijdschema gevaren wordt, dient met een gemiddelde snelheid van 5 knopen gevaren te worden. Dit kan impliceren dat de flottieljeleider zal verzoeken de motor bij te zetten. Anderszins zal de flottieljeleider aan snelle schepen het verzoek kunnen doen zeil te minderen of bij te draaien. 

Het is zeker niet de bedoeling om een wedstrijd te gaan varen, maar de snelheid aan te passen aan de omstandigheden. Bij het naderen van een verkeersscheidingsstelsel (traffic-lane) dienen de schepen zich bij de flottieljeleider te hergroeperen opdat wij gezamenlijk kunnen oversteken. Dit verhoogt onze veiligheid, omdat een compacte groep schepen beter zichtbaar is voor zeeschepen. Uiteraard dient er onderling wel voldoende manoeuvreerruimte te zijn, dus ook weer niet te dicht op elkaar gaan varen.

5. HET WEER

Bij een slechte weervoorspelling wordt niet gevaren en zal er geen enkel risico genomen worden. De flottieljeleider is volkomen thuis in het vaargebied en weet in te schatten wat onderweg verwacht kan worden. Met wind en stroom mee zal tot maximaal 6 beaufort gezeild worden. Aan de wind is dat 5 beaufort. Indien onderweg het weer verslechtert, zelfs met een goed weerbericht is dat niet uitgesloten, keren we om of wijken we uit.

6. 'S NACHTS VAREN

Het is van belang, indien men langere trajecten wil afleggen, dat de bemanning goed is uitgerust en maatregelen neemt om de nacht aangenaam door te komen. 

Maak met de bemanning afspraken wie er wanneer en voor hoelang rust neemt. Warme en waterdichte kleding is een must. Zorg ook voor makkelijk te bereiden warm voedsel (soep in een thermoskan). De bemanning dient ‘s nachts in de kuip en aan dek aangelijnd te zijn. Neem vooraf nog eens de bepalingen met betrekking tot de navigatieverlichting door. 

Volg de aanwijzingen van de flottieljeleider stipt op en zoek met hem contact indien daartoe aanleiding is. Let ook goed op de andere schepen van de flottielje, voldoende afstand houden. Bedenk dat het maar enkele uren echt donker is (zie een tabel "zon op en onder"). De planning van de tocht zal zodanig zijn dat overdag de haven van bestemming zal worden aangelopen.

7. ROUTE

Het kan dat de omstandigheden van het weer (windkracht en/of windrichting) ons nopen van onze voorgenomen routeplanning af te wijken. Bij ongunstige wind kan het nodig zijn "binnendoor" zuidwaarts te varen, alvorens in westelijke richting over te kunnen steken. Bij afwijking van de routeplanning spelen aspecten van veiligheid en ook tijdsduur een belangrijke rol. Afwijking van de voorgenomen routeplanning kan niet leiden tot compensatie of restitutie van betaalde gelden.

 8. ACTIVITEITEN EN EXCURSIES

Het is mogelijk dat er onderweg bij voldoende belangstelling activiteiten zoals een barbecue, een gezamenlijk maaltijd of een excursie georganiseerd worden. De flottieljeleider zal graag de organisatie op zich nemen en één en ander coördineren. De kosten voor deze activiteiten komen voor rekening van de deelnemers.

 9. BRIEFING

In april 2000 zal een briefing worden georganiseerd. U ontvangt over de juiste plaats, datum en tijd nader bericht. Tijdens deze bijeenkomst zullen een diaserie en videofilms worden vertoond die u een indruk kunnen geven van de voorgenomen route. Er is uiteraard ook gelegenheid tot het stellen van vragen. Ook kunt u de benodigde kaarten e.d. kopen c.q. bestellen. Als u niet in de gelegenheid bent om de briefing te bezoeken kunt u altijd telefonisch kontakt met ons opnemen.